Voorzitter van de werkgroep: Luc Van Buynder – Panelleden: Eric Corijn, Jos Vandervelpen en Peter Mertens.
Verslag: Ann De Jaeghere en David Dessers
Verslag van de drie inleidingen
Eric Corijn
10 Stellingen
1 – Kapitalisme is fundamenteel ondemocratisch. De vrijheid van ondernemen wordt onttrokken aan de democratie en boven het algemeen belang gesteld.
2 – De reële socialistische planeconomie heeft zich niet vertaald in een democratisch socialisme. Het socialisme heeft historisch een ambivalente houding ten opzichte van democratie. Er stelt zich dan ook de vraag welke de relatie is tussen beide: is democratie enkel een middel of ook een doel voor de socialistische beweging?
3 – Er is geen beslissende ervaring geweest in een zelfbeheerd en democratisch socialisme. Het heeft nooit bestaan. De dominante ervaringen, stalinisme en sociaal-democratie, hebben niet tot een echte democratische vorm van socialisme geleid.
4 – Een duidelijk geloofwaardig socialistisch project is ook vandaag onbestaande. Om tot een dergelijk project te komen, moeten er lessen getrokken worden uit het verleden.
5- Het kapitalisme functioneert op een andere schaal dan zij die vandaag opkomen voor een socialistisch alternatief. Het denken van de politieke democratie beperkt zich tot het nationale niveau, de economische ontwikkelingen zijn transnationaal. Een vernieuwd socialisme moet een herschaling centraal stellen.
6 – Het nationale politieke project kan de hegemonie van het kapitalisme niet doorbreken. De greep op de economie van het nationale politieke niveau is gekrompen en het socialisme biedt hierop geen antwoord.
7 – De kapitalistische samenleving als economisch model vertoont crisissen maar kan wel blijven rekenen op instemming. Opkomen voor een alternatief blijft dus moeilijk.
8 – Het geloof in de politieke democratie neemt af, er is een crisis van de representatieve democratie. Deze heeft geleid tot een diepgaande depolitisering van de samenleving.
9 – De democratie moet gedacht worden op de schaal van grootstedelijke gebieden. De realiteit van het wereldsysteem en de dagelijkse realiteit ontmoeten elkaar in grootstedelijke gebieden. Op dit moment is er geen socialistisch project dat kiest voor netwerken van steden.
10 – De strijd voor democratie als principe is een voorwaarde om een heropstart van een socialistisch project mogelijk te maken. Geen socialisme zonder de steun van een meerderheid van de bevolking. Participatieve democratische processen hebben een leeromgeving en gewijzigde krachtsverhoudingen nodig. De civiele maatschappij moet het vertrekpunt zijn van het socialistisch alternatief. Dit moet dan een politiek verlengstuk krijgen. Dit betekent: het herdenken van traditionele organisatievormen met een focus op het glokale: steden en stedelijke netwerken.
Jos Van der Velpen
* Na WOII zijn een aantal mensenrechtenverdragen tot stand gekomen die de rechten en vrijheden hebben doen toenemen. Ze bevatten een kern van democratische waarden en zijn het resultaat van een strijd van onderdrukte en progressieve krachten. Dit moet gekoesterd worden. Bij mensenrechten denkt men vooral aan de burgerlijke rechten. Er zijn echter ook sociale en economische rechten. Massale werkloosheid of 15% armoede kunnen in dit opzicht ook gezien worden als een schending van de mensenrechten. Er is geen socialisme mogelijk zonder democratie. Die democratie moet uitgebreid worden naar het sociaal-economische terrein en de burgerlijke rechten en vrijheden moeten uitgebreid woorden met sociale rechten.
* De voorbije 10 jaar is het aantal repressieve maatregelen sterk toegenomen. De bestrijding van terrorisme vormde een ideale aanleiding voor het uitbreiden van het repressieve staatsapparaat (vooral politie, inlichtingendiensten). Terrorisme moet men echter in de eerste plaats politiek bestrijden, niet militair. De bestrijding ervan mag niet leiden tot een afbraak van onze vrijheden. Er is hierop maximale parlementaire en juridische controle nodig. Zeker na 9/11 is er een overkill aan repressieve maatregelen gekomen, die ronduit verontrustend is. Bij de politiediensten is er een ongeremde zucht naar inlichtingen ontstaan, gebruik makend van high-tech etc. Op politiek vlak zijn er kaderwetten en gelegenheidswetten gekomen en hebben we een enorme versterking van de uitvoerende macht meegemaakt. Het parlement wordt daarbij buiten spel gezet.
* De populistische veiligheidsretoriek van rechts heeft een grote impact gehad op grote delen van de bevolking. Men zou zich echter moeten richten op het bestrijden van de grote criminaliteit (witte boordencriminaliteit, btw carrousels,…) en de sociaal-economische oorzaken van misdaad wegnemen.
Peter Mertens
* Onze rijke sociale geschiedenis is onvoldoende bekend. In de eerste internationale was er een debat aan de gang rond de vraag: moet de arbeidersbeweging strijden voor democratische rechten en lotsverbetering? Nee, stelden de proudhonisten, want zo kapsel je de mensen in in het systeem, in het plaats van het systeem zelf te bekampen. Marx zei ja, omdat lotsverbetering uiteraard het leven verlicht en ruimte geeft om je te organiseren. Maar ook omdat mensen doorheen het gevecht voor lotsverbetering samen leren strijden en zich een beeld vormen van de andere maatschappij.
Democratische rechten zijn altijd afgedwongen via strijd. Dit zal ook in de toekomst zo blijven, er is blijvende strijd nodig. Sociale verworvenheden zijn nooit zeker en vast. In het kapitalisme zullen ze altijd onder druk staan. Zo staat bv nu onze sociale zekerheid onder druk ook al is hiervoor lang en hard gevochten. We moeten ons afvragen hoe we verdedigingsstrategieën kunnen bedenken en uitbreiden.
* De staat is niet volledig onmachtig, ook niet in de neoliberale periode. Het neoliberalisme is het resultaat van een hele reeks politieke beslissingen. De overheid is dus zeker geen toeschouwer. Zo was het een bewuste politieke beslissing om te dereguleren en te privatiseren en om grote bedragen vrij te maken voor het opvangen van de effecten van de financiële en economische crisis. De overheid gebruikt haar macht echter niet voor het omgekeerde, bv voor het terugeisen van subsidies van winstgevende bedrijven die afdankingen doorvoeren. De staat zou deze rol moeten opnemen. Het verhaal zit zelfs nog complexer in elkaar: aan de top van de politieke wereld en de economische wereld heerst er een sterk ons-kent-ons-sfeertje, waarbij bankiers of vertegenwoordigers van de industrie soms rechtstreeks gaan deel uitmaken van regeringen, om hun belangen veilig te stellen. De vraag stelt zich dan ook: waar begint de beurs en waar eindigt de staat?
* Democratie is meer dan alleen parlementaire verkiezingen. Democratie gaat om de prioriteiten en keuzes van de samenleving. Socialisme is een proces waarin mensen de mogelijkheid krijgen om dit mee te bepalen. Een breed democratisch debat ontbreekt. Socialistische democratie betekent tijd en ruimte geven aan mensen om betrokken te zijn en hen inspraak verlenen op basis van informatie en debat.
Er heerst een misvatting die stelt dat economie over geld gaat en democratie over verkiezingen. Economie gaat niet enkel over geld maar ook over de keuzes waar de middelen en de prioriteiten van een samenleving liggen. Democratie gaat over verkiezingen maar moet net zo goed over de prioriteiten van een samenleving gaan.
Stellingen uit de werkgroepen
* De strijd voor een betere democratie moet in tijden van globalisering ook op het internationale, en voor ons in de eerste plaats op het Europese niveau gevoerd worden.
* Blijvende democratie is onmogelijk op een sociaal kerkhof. De strijd voor democratische is daarom onlosmakelijk verbonden met de strijd voor sociale rechten.
* Kritische analyse en vorming moet terug op de agenda worden gezet. Goede politieke, economische en culturele vorming is een voorwaarde voor democratie.
* Er moet meer onderzoek komen naar verschillende democratische modellen.
* We hebben nood aan een strijdbaar discours waarin de frustraties die aanwezig zijn binnen een aantal geledingen van de maatschappij een plaats krijgen.
* We moeten ook onszelf kritisch op de loep nemen. Op de Dag van het socialisme is er een duidelijke ondervertegenwoordiging van vrouwen in de panels.
* Democratie is breder dan de representatieve democratie
* Syndicale en andere organisaties hebben een cruciale rol in een strijdbare beweging.
* Goed ingelichte mensen zijn in staat niet voor het eigen belang, maar het algemeen belang te kiezen.
* De strijd moet lokaal beginnen, maar zal uiteindelijk globaal moeten zijn.
* Er kan geen democratie zijn zonder organisatie van een sociale beweging op politiek, syndicaal,… vlak met eigen media, publicaties,…
* Je maakt mensen bewust in de strijd en doorheen gezamenlijke ervaring kunnen socialistische principes eigen gemaakt worden.
* Er is een nieuw politiek woordenboek nodig, waarin politiek wordt uitgelegd als de strijd van de mensen.
Vragen uit de werkgroepen + antwoorden panel
* Hoe moeten we als socialisten ingaan tegen het rechts populistische discours?
Men moet geloven in de kracht van het socialistisch alternatief. De opgang van rechts is voor een groot stuk te verklaren door de zwakte van links. De linkse elite is verburgerlijkt. Men moet terug naar de basis, luisteren naar wat de mensen te zeggen hebben, streven naar solidariteit.
In tijden van recessie, waarin alle zekerheden op de helling komen te staan, pakt de rechterzijde uit met valse zekerheden: de eigen taal, de eigen religie, het eigen volk, de eigen vlag. Hier moet links radicaal tegenin gaan.
* Hoe moeten we als socialisten antwoorden op de stelling dat socialisme en democratie geen gemeenschappelijke traditie hebben en welke participatieve ervaringen uit binnen- en buitenland kunnen ons inspireren?
Herhalen dat het kapitalisme slecht is, maakt het alternatief niet zichtbaarder. Een leeromgeving is noodzakelijk, een ruimte om collectief te leren, het leerproces op zich. * Hoe kunnen we op wereldschaal de socialistische verzuchtingen waarmaken? * Hoe kunnen we transnationaal, op hogere schaal, te werk gaan?
Peter: Socialisten gaan teveel in het defensief. Men moet echter voor ogen houden dat het niet het socialisme is dat vandaag voor een grote meerderheid van de bevolking grote problemen creëert. We moeten meer in het offensief durven gaan en een analyse van de problemen durven maken. Het kapitalisme zit vandaag in een crisis, niet het socialisme. Laat ons die gedachte uitdragen. Niemand is bereid om zich aan te sluiten bij een bende depressievelingen die altijd weer opnieuw denken dat ze zelf tot niets in staat zijn.
Democratie gaat over macht. Inspraak moet aan macht worden gekoppeld. Het Europese en mondiale niveau zijn belangrijk, maar ook het nationale niveau blijft belangrijk. Het nationale niveau is bijgevolg ook nog steeds een niveau om strijd te leveren. Het is heel goed dat vandaag de Grieken, de Portugezen en de Spanjaarden vechten binnen hun nationaal kader, maar dat moet de start zijn om de stap naar het Europese niveau te zetten.
Eric: In het politieke debat doet men alsof alles zich op het nationale niveau afspeelt. Zo depolitiseert men de bevolking. De staat heeft de macht om het kapitalisme in stand te houden. Dit betekent echter niet noodzakelijk dat de staat ook het omgekeerde kan doen en het kapitalisme kan breken of reguleren. Dit moet men op andere schaal bekijken. Het glokale niveau is hierin heel belangrijk. De lokale strijd kan eerder anti-systemisch zijn dan de strijd op nationaal niveau. Men moet de bestaande netwerken onderzoeken bv socialisten uit de grote steden in de wereld samenbrengen voor debat en uitwisseling. Men moet de strategische plaatsen met elkaar verbinden: netwerken en knooppunten tot stand brengen. Politieke partijen? Ja, maar het is niet evident dat het om nationale partijen moet gaan, met lokale afdelingen en internationale zusterpartijen. Dat model moet in vraag gesteld worden.
* Welke hefbomen zijn er om militarisering en anti-democratische evoluties te stoppen?
Jos: Het is vooral de politie die almachtig is geworden. Mensen moeten gemobiliseerd worden voor democratische hervormingen. Er moeten grote ideeën en projecten gelanceerd worden waarvoor mensen kunnen gemobiliseerd worden en die de democratie voor grote delen van de bevolking kunnen verbeteren bv. via sociaal economische rechten.
* Hoe kan men de huidige negatieve mentaliteit (‘Er valt toch niks aan te doen’) keren en welke rol kan de socialistische ideologie hierin spelen?
Het patronaat maakt misbruik van de angst en onzekerheid die er heerst ten gevolge van de economische crisis. De arbeidersbeweging moet in het offensief gaan, ondanks de meningsverschillen die er kunnen zijn.
* Hoe kunnen frustraties politiek geuit worden zonder in rechts populisme te vervallen?
* Hoe kunnen we een nieuw wijdgedragen engagement doen ontstaan?
* Hoe kunnen we tot echte democratie komen zonder publieke ruimte?
* Hoe kunnen we mensen betrekken bij het gevecht voor democratie?
* Welke rol kan de civiele samenleving spelen en hoe kunnen we die vanonder uit organiseren?