“Feminisme als progressief en solidair alternatief”

D31_6709Sofie De Graeve van het Vrouwen Overleg Komitee gaf op de derde Dag van het Socialisme op zaterdag 2 november in Antwerpen een uiteenzetting over waarom feminisme het alternatief is voor neoliberalisme.

Gelijkheid, vrijheid en solidariteit vormen het fundament van feminisme. Gelijkheid, vrijheid en solidariteit zijn dan ook de uitgangspunten van het Vrouwen Overleg Komitee (VOK) bij het maken van onze analyses van de huidige samenleving en bij het ontwikkelen van alternatieve toekomstvisies.

Vandaag is er nog heel wat ongelijkheid tussen vrouwen en mannen. Dat tonen cijfers over loonkloof, loopbaankloof, pensioenkloof en zorgverdeling zwart op wit aan.

  • · De loonkloof bedraagt 23 procent op jaarbasis.
  • · 45 procent van de vrouwen werkt deeltijds. 20 procent van hen vindt geen voltijds werk of krijgt de job enkel deeltijds aangeboden. De helft van hen werkt deeltijds om te zorgtaken op te nemen. Slechts 10 procent wenst geen voltijds werk.
  • · 59 procent van de vrouwen heeft een pensioen van minder dan 1000 euro.
  • · Jonge meisjes doen op een schooldag gemiddeld 1/3 meer huishoudelijk werk dan jongens, op zondag anderhalve keer zoveel en zaterdag is topdag: dan doen meisjes dubbel zoveel.

Wat tonen deze cijfers? Keer op keer delven vrouwen grosso modo het onderspit. En het zit ook nog ingebakken in de jonge generatie. Onze economie leunt nog altijd op de gratis zorgarbeid die vrouwen inbrengen. Dat weegt op hun financiële zelfstandigheid. En in de neoliberale marktlogica klinkt het dan dat vrouwen zélf verantwoordelijk zijn voor hun precaire situatie. Dat blijkt heel duidelijk in het debat over deeltijdse arbeid.

Natuurlijk is het problematisch dat vrouwen op die manier minder inkomen hebben, minder sociale rechten opbouwen en in de problemen komen na echtscheiding of éénmaal op pensioen. Maar sensibiliseren over deze gevolgen helpt niet. Hetzelfde geldt met oproepen om harder op de keukentafel te slaan.

Dat legt de verantwoordelijkheid helemaal op de schouders van individuele vrouwen. Terwijl het hier om een structureel probleem gaat, namelijk de manier waarop onze samenleving vandaag betaalde arbeid en onbetaalde zorgarbeid organiseert.

Zorg is een maatschappelijke opdracht en vraagt om een maatschappelijk antwoord. Bovendien wordt al te vaak vergeten dat er in bepaalde sectoren zoals de schoonmaak, aan de kassa in warenhuizen … geen voltijds werk is voor kortgeschoolde vrouwen omdat de flexibiliteit van gesplitste uurroosters werkgevers beter uitkomt.

Ook vrouwen met een hoofddoek die moeilijk aan de bak komen, wordt gewezen op hun individuele verantwoordelijkheid. Zet die hoofddoek toch af en het probleem is opgelost. Dat is blind zijn voor de structurele discriminatie van etnisch-culturele minderheden.

Structurele discriminatie waaraan ook de overheid zich schuldig maakt met een hoofddoekenverbod voor het eigen personeel zoals bij de stad Antwerpen.

Met hun onderbroken loopbanen, deeltijds werk, gemiddeld lagere lonen en zorglast zijn vrouwen extra kwetsbaar voor besparingsmaatregelen en afbouw van publieke dienstverlening. De neoliberale crisismaatregelen versterken nog de bestaande ongelijkheid.

Dat zien we in Griekenland en Spanje. De Griekse en Spaanse vrouwen maken de meerderheid uit van de werknemers in de publieke sector, de sector waar de hakbijl zwaar wordt ingezet. Die afbouw van publieke dienstverlening vergroot de zorglast die traditioneel grotendeels op hun schouders rust.

Ook Belgische vrouwen voelen de impact van crisismaatregelen. De degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen maakt dat alleenstaanden met kinderen, veelal moeders, sneller onder de armoedegrens duiken.

Onvrijwillig deeltijdse werknemers met een klein brutoloon, krijgen een aanvullende uitkering. De criteria daarvoor worden nu strenger. Wie onvoldoende kan bewijzen voltijds werk te zoeken, zal de aanvullende uitkering verliezen.

Hierbij wordt volledig voorbijgegaan aan de realiteit van precaire deeltijdse arbeid: werkgevers bieden gewoonweg geen extra uren aan, een andere deeltijdse job is onmogelijk te combineren met de gesplitste uurroosters. Of het gaat om alleenstaande moeders zonder groot netwerk die alleen instaan voor de zorg van hun kinderen.

Het gaat het Vrouwen Overleg Komitee niet alleen om de toekomst van vrouwen of de meest achtergestelden onder hen, maar evengoed over de toekomst van kortgeschoolden, etnisch-culturele minderheden, jongeren, andersvaliden …

Kortom van al wie buiten de norm van wit, mannelijk, hoogopgeleid, seculier en middenklasse valt. Een feministische maatschappelijk analyse combineert dan ook de categorie vrouw/man met andere categorieën zoals klasse, etniciteit, seksuele voorkeur …

Naast dit kruispuntdenken is er in de visie van het Vrouwen Overleg Komitee nog een andere constante: de emancipatie van de ene mag nooit ten koste gaan van de ander. Er is niks mis met het uitbesteden van zorg als dat maar gebeurt onder goede voorwaarden.

Het kan niét de bedoeling zijn dat een hooggeschoolde vrouw buitenshuis kan werken dankzij de onderbetaalde arbeid van een werkneemster in het stelsel van de dienstencheques of van een immigrante die haar kinderen in haar thuisland achterlaat bij haar moeder.

Feminisme doorbreekt die ketenen van de zorgketting tussen vrouwen en smeedt ze om tot banden van solidariteit.

Feminisme komt op voor de combinatienoden van alle vrouwen en niet alleen van de tweeverdieners met een leuke job wiens verzuchtingen relatief makkelijk gehoor krijgen. Het VOK pleit voor inkomensafhankelijke premies die iedereen toelaten om werk en zorg te combineren.

Feminisme heeft oog voor die mensen die het neoliberale model in de kou laat staan. Tegelijkertijd is feminisme veel meer dan dat. Feminisme doet meer dan alleen maar sleutelen aan het bestaande model. Of ijveren voor een toegangsticket – zoals bijvoorbeeld quota – om mee te kunnen draaien in de neoliberale carroussel.

Feminisme staat voor het radicaal herdenken van onze huidige samenleving. Feminisme gaat op zoek naar alternatieven. Alternatieven die garanties op gelijkheid, vrijheid en solidariteit inbouwen, ongeacht geslacht, kleur, seksuele voorkeur …

Ook voor het feminisme is dat een zoektocht. Een van de punten waarop het feminisme in die zoektocht focust, is de manier waarop in onze neoliberale samenleving betaalde en onbetaalde arbeid georganiseerd is.

Het VOK pleit voor een paradigmaverschuiving waarbij het spanningsveld tussen betaalde loonarbeid en onbetaalde arbeid verdwijnt. Tegelijk moet onbetaalde arbeid, waaronder, maar niet alleen zorgarbeid geherwaardeerd worden.

Dat kan volgens het Vrouwen Overleg Komitee alleen maar met arbeidsduurverkorting voor iedereen. Arbeidsduurverkorting laat toe om de bestaande betaalde arbeid beter te verdelen en geeft iedereen, vrouwen én mannen, meer ruimte om zorgarbeid voor familie, buurt, samenleving en zichzelf op te nemen.

Aan de basis van ongelijkheden tussen vrouwen en mannen en tussen groepen van vrouwen en mannen liggen beelden en verwachtingspatronen over vrouwen en mannen.

Denken we maar aan de speelgoedfolders die deze dagen in onze brievenbus vallen. Ze bulken van de roze prinsessen en stoere ridders, van kleine meisjes met minihuishoudapparatuur om net zoals mama te zijn en jongens aan de slag met hun actieheld. Commercialisering versterkt die opdeling van meisjes en jongens in aparte hokjes.

Er is een continue stroom van boodschappen over hoe meisjes en jongens horen te zijn. Dat gebeurt niet alleen via speelgoed, maar ook via reclame, videoclips, TV-series, commentaren van ouders, leerkrachten, peers …

Dit bombardement met beelden en verwachtingspatronen maakt dat meisjes en jongens vandaag andere studierichtingen kiezen, actief zijn in andere beroepen, andere rollen opnemen thuis …

Stereotypering ligt zo mee aan de basis van ongelijkheden en houdt die in stand. Daarover gaat de Nationale Vrouwendag van 11 november aanstaande in Brussel. Op de Vrouwendag van dit jaar willen we debatteren over hoe we die stereotypering die een bron van ongelijkheid is, kunnen aanpakken.

Het feminisme van het Vrouwen Overleg Komitee is inclusief. Dat betekent dat we op deze Vrouwendag ook ingaan op de dubbele stereotypering van vrouwen van etnisch-culturele minderheden, stilstaan bij ervaringen van holebi’s en transgenders én zoeken naar gelijke kansen die tegemoet komen aan alle meisjes en vrouwen.

Feminisme verzet zich niet alleen tegen ongelijkheid tussen vrouwen en mannen, maar ook tegen racisme, homofobie en armoede.

De Amerikaanse president Obama startte zijn eerste campagne met de intussen iconische woorden: ‘Yes, we can‘. Als besluit wil ik daaraan toevoegen: begin met feminisme. Dan kom je al een heel eind ver.

Sofie De Graeve

Sofie De Graeve werkt bij het Vrouwen Overleg Komitee (VOK).