Onwaarschijnlijke reportage: explosief transport

Dag en nacht, dag in dag uit rijden er in Nederland duizenden vrachtwagens met gevaarlijke stoffen over onze snelwegen. In opdracht van grote chemieconcerns zoals bijvoorbeeld Shell of Exxonmobile vervoeren transportbedrijven de ladingen door heel Europa.


Oost-Europese chauffeurs
Veel van die vrachtwagens worden gereden door een Poolse of Hongaarse chauffeur. Nederlandse transportbedrijven werken steeds vaker met Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs. Die zijn veel goedkoper dan Nederlandse chauffeurs.

De juiste papieren
In Nederland gelden strenge regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De chauffeurs moeten in het bezit zijn van een speciaal diploma. Hoe zit dat met de Oost-Europese chauffeurs? Zijn ze altijd vakbekwaam en beschikken ze over de juiste papieren?

Nederlandse transportbedrijven nemen risico met vervoer gevaarlijke stoffen


Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs die rijden voor Nederlandse transportbedrijven worden onvoldoende gecontroleerd op vakbekwaamheid. Deze chauffeurs rijden ook met gevaarlijke stoffen, zoals bijvoorbeeld LPG. 

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is verantwoordelijk voor de controle op de veiligheid van vervoer van gevaarlijke stoffen. Maar door onderbezetting controleert de inspectie minder dan 1% van alle transporten, zo blijkt uit de uitzending van ZEMBLA – ‘Explosief transport’.

Vakbekwaam
Volgens Europese regelgeving moeten chauffeurs die gevaarlijke stoffen vervoeren in het bezit zijn van een Europees ADR-diploma. Maar dat belangrijke document blijkt niet op echtheid te controleren. Ook bestaat er geen Europese controle op de kwaliteit van de opleidingen. Daardoor rijden er buitenlandse chauffeurs met gevaarlijke stoffen op de Nederlandse wegen, waarvan niet duidelijk is of ze wel vakbekwaam  zijn, zo blijkt uit onderzoek van ZEMBLA.

Geen Europese controle
Een Nederlandse chauffeur met een ADR-diploma heeft een speciale opleiding gehad voor het omgaan met de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Van Oost-Europese chauffeurs met een ADR-diploma is niet te controleren of ze een goede opleiding hebben gehad. Er is namelijk geen Europese controle op de kwaliteit van de opleidingen, zo blijkt uit ZEMBLA. Ook tonen we aan dat ADR-diploma’s soms gewoon te koop zijn in Oost-Europa. ‘Ik ging naar een vriend en gaf hem het geld en dat was alles’, vertelt een Poolse chauffeur in de uitzending.

Twee bedrijven in overtreding
Uit onderzoek van ZEMBLA blijkt dat  twee van de grootste transportbedrijven in Nederland, Den Hartogh uit Rozenburg en Van den Bosch uit Erp, de  Europese wet- en regelgeving overtreden. We tonen aan dat deze transportbedrijven door middel van illegale bedrijfsconstructies met hun vestigingen in Oost-Europa de Nederlandse CAO omzeilen. Op deze manier kunnen ze Oost-Europese chauffeurs voor een veel lager loon laten werken.

Zo goedkoop mogelijk
Volgens directeur Peter van den Bosch is het niet duidelijk hoe de regels in elkaar steken: ‘Vertel ons precies aan welke dingen wij moeten voldoen en wij zullen daar aan voldoen’.
Maar volgens Edwin Atema van FNV Bondgenoten is dat niet het probleem. ‘Ze snappen wel hoe je op zo’n goedkoop mogelijke manier chauffeurs naar Nederland moeten krijgen, maar gewoon de regels die we met elkaar kunnen lezen, dat ze dat niet snappen, zegt alles over het gedrag van deze transporteurs.’

‘Er moet een signaal komen richting een nieuwe Tweede Kamer, om hierover het kabinet aan te spreken’, stelt Alexander Sakkers, voorzitter van Transport en Logistiek Nederland (TLN), nadat hij met de misstanden is geconfronteerd.

Gesjoemel met tachograaf
Via verboden kilometercontracten met Oost-Europese chauffeurs, wordt de belangrijke rij- en rusttijdenwet overschreden. De tachograaf in de vrachtwagen, die de bewegingen van het voertuig registreert, wordt met magneten gemanipuleerd. Daardoor kunnen de chauffeurs meer kilometers maken dan toegestaan, zodat ze meer verdienen. Maar doordat ze te lang achter elkaar blijven rijden komt de veiligheid in gevaar.

Omkoppelen
Omdat Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs in dienst van Nederlandse transportbedrijven, onvoldoende Engels, Duits of Frans spreken, zakken ze regelmatig voor de veiligheidstests van de grote chemieconcerns als Shell en ExxonMobil. Die weigeren de chauffeurs daarom toegang tot het terrein. De gevaarlijke stoffen worden dan door Nederlandse chauffeurs opgehaald, maar op een parkeerterrein vervolgens weer door de Oost-Europese chauffeurs overgenomen, die er mee naar de eindbestemming rijden, zo ontdekte ZEMBLA. De chemische bedrijven weten hier van, maar treden er niet tegen op. ‘Onze verantwoordelijkheid houdt op, als een vrachtwagen de poort verlaat’, aldus een woordvoerder van ExxonMobil.

Bekijk de aflevering hier