Weg met gieren en calimero’s

Meer nog als burger dan als syndicalist ben ik geschokt door de gretigheid van de gieren die vandaag boven Ford Genk cirkelen. VOKA, academici en opiniemakers bedienen zich van dit menselijk drama om hun ideologische aanval op de loon- en arbeidsvoorwaarden in ons land intensief op te voeren.

Aan de vooravond van het interprofessioneel overleg en een belangrijke begrotingsronde twitteren Noels & Denys (jobdestructie is ‘part of the job’, heeft hij echt gezegd ! DM 20/10) zich een vingerkramp om de bevolking te overtuigen dat de vlucht van multinationals de schuld is van de hoge looneisen van de werknemers. Elk dossier –hoe pijnlijk ook voor de slachtoffers – is nuttig voor de propagandisten van dit eenheidsdenken om hun credo ‘minder staat, minder collectief, meer privé-initiatief’ te ondersteunen. Want daar gaat het over. In zijn opiniestuk in De Morgen schuift hoogleraar Van Biesebroeck de schuld voor het Limburgs drama zelfs schaamteloos in de schoenen van de overheid. Niet de overproductie of winsthonger van een door ijskoude yuppies geleide Amerikaanse multinational is de oorzaak van het leed van vele duizenden families, nee, volgens deze geleerde is dit te wijten aan de weifelende politici die de loonkost niet fors durven aan te pakken. In één moeite door worden het arbeiders-bedienden statuut, ons indexsysteem en – echt waar ! – de treinstakingen opgevoerd als bewijs voor de lakse politici versus dynamische ondernemerswereld.

Met Ford wordt nu zelfs een dossier gebruikt waar de loonkost hoop en al 6 procent uitmaakt van de totale productiekost. Waar de overheid reeds fikse kostenverlagingen heeft toegekend door de lastenverlaging op ploegenpremies. En waar de vakbonden hun verantwoordelijkheid hebben genomen om in te leveren in ruil voor werkzekerheid. Zelf ben ik syndicaal verantwoordelijk voor de chemie-arbeiders in de Antwerpse haven. Nog nooit hebben wij een inlevering ondersteund. En uiteraard zijn we voorbijgestreefde, oerconservatieve rasmarxisten. Maar een echt argument is dat in dergelijke kapitaalsintensieve sectoren de loonkost enkel wordt gebruikt om de winsthonger van aandeelhouders te stillen. Delokalisaties worden ingegeven door nationalistische reflexen of substantiëlere criteria (mobiliteit, dichter bij de afzetmarkt, energiekost…) dan enkele procentjes in de marge op de loonkosten. Uiteraard leer ik daarmee geen lessen aan onze collega’s uit de automobielsector want een autofabriek valt veel gemakkelijker te verplaatsen dan een chemiebedrijf dat in cluster opereert. Wel ben ik van mening dat niet elke crisismanager die Europese vestigingen tegen elkaar uitspeelt om de werknemers te doen bloeden, moet nagetoeterd worden door politiek, media en academische wereld. Zoals gebeurde toen Bayer ons in 2010 voor de keuze stelde : inleveren of opkrassen. Media, politici en commentaarschrijvers schoten uit de startblokken om de vakbonden te veroordelen die niet wilden weten van de afbraak van hun verworven rechten. Na intensief verzet bleek het om een mislukt ‘probeerseltje’ te gaan van de Duitse directie om hun ideologische weerstand tegen arbeidsduurvermindering te implementeren. Volgende keer beter.
Het enige voordeel aan deze perverse en cynische reacties is dat ze nu eindelijk duidelijkheid verschaffen. Het gaat er niet om het sociale leed te verzachten van de medeburgers die getroffen worden door dit bloedbad (toch geen brugpensioen voor de ontslagen zeker !) maar wel om de eigen politiek en ideologie uit te dragen. Met TV, internet, twitter, radio en kranten als megafoon.
En wat ook duidelijk is, is dat men niet aanstuurt op wat gepruts in de marge, nee, er moet flink gesnoeid worden in loonkosten. Onze concurrenten zijn niet alleen de werkloze Spanjaarden of de inleverende Duitsers maar ook Litouwen, Oekraïne en uiteraard ook China liggen op de loer om onze industrie in huis te halen. Kunnen zij die vandaag krijsen dat we niet meer concurrentieel zijn dan ook de moed aan de dag leggen om te zeggen waar we naartoe moeten ? Naar Litouwse en Oekraïense lonen ? Naar Chinese arbeidsomstandigheden ? Kunnen zij dan ook duidelijk zijn dat elke besparing op de (bruto) loonkost een gat slaat in onze sociale zekerheid waarvan werkgevers zich bedienen om tijdelijke werkloosheid en brugpensioen in te voeren in hun eigen bedrijf terwijl hun federaties en koepels er actie tegen voeren? In een land waar elke terechte suggestie om de kost op arbeid te verminderen en te compenseren door een belasting op kapitaal onmiddellijk op een ‘no pasaran’ stuit, betekent het verlagen van de patronale en persoonlijke RSZ-bijdragen dat er minder geld is voor pensioenen, ziekte-uitkeringen, tijdskrediet en werkloosheidsuitkeringen. Ook voor de slachtoffers van drama’s à la Ford en andere Mittals. Toevallig twee bedrijven die jarenlang subsidies hebben gekregen van de vermaledijde overheid die ze, eenmaal geïncasseerd, doodleuk versassen naar andere oorden.
Deze bijdrage mag niet begrepen worden als een aanval op de bedrijfswereld, wel als een oproep om vanuit die hoek te stoppen met jammeren als Calimero over loonkosten. In arbeidsintensieve sectoren zoals de horeca, de bouw- of schoonmaaksector is de loonkost inderdaad relevant. Maar daar speelt het probleem van delokalisatie helemaal niet. Daar wordt de tewerkstelling ondermijnd door frauduleuze detachering, schijnzelfstandigheid en zwartwerk. In deze sectoren wordt het statuut als het ware van binnen uit uitgehold en daartegen past enkel een gecoördineerde aanpak van fraudebestrijding. In de industrie en de kapitaalsintensieve sectoren speelt vandaag een reflex van nationalistisch terugplooien in eigen land. De EU mag dan wel sancties opleggen wanneer lidstaten hun begroting niet op orde krijgen (lees : niet genoeg besparen), ze slaagt er niet in om de ‘decision makers’ in de lidstaten keuzes te laten maken die hun eigen nationaal belang economisch overstijgen.
En zo is Vlaanderen stilaan op weg om inderdaad te verworden tot het naoorlogse Wallonië, waar het oude aristocratische familiekapitaal wegtrok en niet meer investeerde in nieuwe domeinen. De voorbije jaren heeft het nieuw Vlaams kapitaal echter te veel belegd in beursbubbels en casinobanken in plaats van in de industrie en tewerkstelling. Als de overheid iets moet doen is het de meer dan 200 miljard aan spaargelden mobiliseren om in de Belgische industrie te investeren. Dat kan via het belasten van vermogens en het aantrekkelijk maken voor spaarders om te investeren in tewerkstelling via een openbare instelling. Richt daar een eens task-force voor op.