WG7 hervormingen en socialisme

Via concrete hervormingen naar socialisme?

Positieve sociale hervormingen waren de laatste decennia schaars. De sociale zekerheid wordt afgebouwd, de 8-urendag is geen evidentie meer, een vast contract nog minder, belastingen betalen wordt stilaan het “privilege” van de werkende mensen en hun gezinnen. Ondertussen brokkelen de openbare diensten verder af.

De crisis van het kapitalisme stelt de sociale verhoudingen op scherp. Werknemers en hun gezinnen, gepensioneerden en minderheden betalen in naam van zogenaamd noodzakelijke besparingen de rekening voor een crisis waarvoor ze niet verantwoordelijk zijn. Dit is echter geen onvermijdelijk economisch proces. Het is het resultaat van een klassenstrijd en een politiek project waarin de kapitalisten het laken steeds meer naar zich toe trekken. In 2007 daalde het aandeel van de lonen voor het eerst sinds 1971 tot minder dan 50% van het BBP.

Het verleden leert ons dat het tij kan keren wanneer gewone mensen zich organiseren, in vakbonden en partijen. Hoe kunnen we opnieuw progressieve hervormingen afdwingen? En kan dit wel duurzaam binnen een kapitalistische samenleving?

De kapitalisten beantwoorden elke poging om aan hun winsten en privileges te raken met chantage en gelobby bij de politieke vrienden. De notionele intrest afschaffen? Kan niet, want dan verhuizen de bedrijven hun productie. Vermogensbelasting? Onmogelijk, want dan zullen de grote vermogens naar het buitenland vluchten. Electrabel belasten? Best niet te veel, want anders rekenen ze deze belastingen dubbel en dik door in de prijzen.

Bij iedere poging om positieve hervormingen te realiseren, zien we hoe weerbaar dit systeem is. Terwijl de meerderheid moet inleveren, krijgen de patroons cadeau na cadeau. Enkel via harde strijd kunnen we tijdelijk positieve hervormingen realiseren. Geen enkele hervorming blijkt echter een permanente verworvenheid. Elke stap vooruit voor de meerderheid van de bevolking wordt meteen weer in vraag gesteld door de winsthongerige kapitalisten. Een socialistische maatschappij is anders dan de kapitalistische maatschappij. Ze is niet geënt op het conflict tussen arbeid en kapitaal maar overstijgt juist dat conflict. Niet door verzoening maar door een radicale transformatie.

Hoe gebruik je als echte socialist de verkozen organen, zoals het parlement, om de strijd voor concrete hervormingen en voor een socialistische samenleving te versterken? Ben je uiteindelijk toch gedoemd om het systeem te aanvaarden? Hoe komt het dat iemand als Luc Van den Bossche, die zichzelf als socialist bestempelde, een politieke benoeming krijgt in een job met jaarsalaris van 700.000 euro – een kleine 15.000 euro per week?

Sprekers:

Erik De Bruyn was in 2007 als woordvoerder van SP.a Rood kandidaat-voorzitter voor de SP.a. Sinds kort startte hij de nieuwe beweging Rood!. Erik was ook actief in de campagnes voor het behoud van de tewerkstelling bij Opel en tegen het Lange Wapperproject.

Tanja Niemeier, is medewerkster van de GUE/NGL (European United Left / Nordic Green Left) fractie in het Europees Parlement en zal spreken over hoe socialisten in een vijandige omgeving als het EP werken voor elke mogelijke verbetering maar tegelijkertijd de aandacht vestigen op de noodzaak van socialisme.

Moderator: Fred Louckx, hoogleraar gezondheids-en welzijnssociologie.