Werkgroep Sociale zekerheid

Welke sociale zekerheid voor de 21ste eeuw?

Onze sociale zekerheid is het resultaat van een sociale strijd van de arbeidersbeweging in de 20ste eeuw. De arbeiders beslisten om een deel van hun loon te gebruiken voor de solidariteit met hun minder fortuinlijke collega’s. Het is een stelsel dat de ambitie heeft iedereen een menswaardig bestaan te verzekeren. Deze “kathedraal van de arbeidersbeweging” is de laatste decennia steeds meer onder druk komen te staan door de opkomst van het neoliberalisme.

 

Vanuit deze neoliberale ideologie wordt het huidige sociale zekerheidsstelsel op verschillende fronten aangevallen. De mantra van de hoge loonkosten en onze bedreigde concurrentiepositie wordt voortdurend ingezet om een verlaging van de “lasten op arbeid” af te dwingen. Dit offensief is ook ten dele succesvol.  Zo slaat de verlaging van de “patronale lasten”, in feite een deel van het loon, een gat van zeven miljard euro in de kas van de sociale zekerheid.

 

Steeds grotere delen van de loonmassa worden uitgekeerd in vormen waarop geen sociale bijdrage wordt betaald (maaltijdcheques, bedrijfswagens, bedrijfs-GSM’s, hospitalisatieverzekering, pensioensparen,…).
Verder zien we een toenemende druk om delen van het sociale zekerheidsstelsel in handen te geven van de private markt. De solidariteit wordt vervangen door het winst-principe. Deze privatisering zorgt er voor dat de toegang tot sociale zekerheid sterker afhankelijk wordt van het inkomen. Hierdoor wordt de universele toegang tot het stelsel bedreigd.

 

Zo wordt de private hospitalisatieverzekering verdedigd als middel om de grote kosten bij hospitalisering op te vangen en als dusdanig de sociale zekerheid te ontlasten In realiteit zorgt deze privatisering voor een ziekteverzekering met twee snelheden en een duurdere ziekenhuisfactuur. Ook op het vlak van pensioenen zien we een zelfde nefaste logica. Naast het wettelijk pensioenstelsel nemen tweede en derde pensioenpijlers, verzorgd door private verzekeraars, een steeds grotere plaats in. De fiscale voordelen gekoppeld aan het pensioensparen zetten het wettelijk pensioen verder onder druk.

 

De onbetaalbaarheid van de sociale zekerheid wordt als argument voor een verdere ontmanteling ervan gebruikt. Dat is de perversiteit van de neoliberale logica. Het is net andersom: het zijn de neoliberale maatregelen (patronale lastenverlaging, privatisering, fiscale voordelen) die de onbetaalbaarheid veroorzaken.

 

Vragen:

  • Hoe kan de sociale zekerheid deze  verschillende problemen overwinnen? Welk antwoord geven socialisten op deze uitdagingen?
  • Wat met leefloners en andere niet-werkende mensen? Dienen ze bij een plaats te krijgen in de sociale zekerheid?
  • Hoe vergroten we de kennis bij alle werknemers en zeker bij de jongeren rond dit solidair systeem? Hoe komt het dat neoliberale argumenten aanslaan bij een deel van het publiek dat juist het meest gebaat is bij een sterke sociale zekerheid?
  • Hoe voorkomen we mogelijke splitsingen van de sociale zekerheid?
  • Volstaan de sociale bijdragen voor de financiering van de sociale zekerheid en de pensioenen of zijn er andere bronnen mogelijk en noodzakelijk?
  • Is sociale zekerheid een bijkomende last op arbeid en “loonkost” of een recht?

 

Sprekers:
Marianne Gestels (Gewestelijk Secretaris BBTK – Antwerpen)
Jozef Mampuys (oud-hoofdredacteur Raak – KWB en mede-initiatiefnemer Red de Solidariteit)
Fred Louckx (gezondheidssocioloog VUB)
Nadine De Schutter (Provinciaal Secretaris Bond Moyson Oost-Vlaanderen)

 

Moderator: Anke Hintjens